• Fizr

Woonplaatsbeginsel jeugdhulp

Per 1 januari 2021 zou het aangepaste woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet worden ingevoerd. Door onder andere de coronacrisis wordt dit uitgesteld naar 1 januari 2022.

Om de verantwoordelijke gemeente voor de jeugdhulp te bepalen, is het woonplaatsbeginsel opgesteld en beschreven in de Jeugdwet. De huidige definitie voor het woonplaatsbeginsel is dat die gemeente (financieel) verantwoordelijkheid is waar de feitelijke woonplaats van de ouder met gezag ligt. Deze definitie levert problemen op, waardoor aanpassing gewenst is.

Problemen

1.Er moet altijd bepaald worden waar het gezag ligt, raadpleging gezagsregister is nodig.

2.De definitie van woonplaats is te globaal. De wet definieert de woonplaats als de plaats waar de ‘woonstede’ zich bevindt.

3.Verkeerde prikkel voor voogdij. Bij voogdij is de woonplaats van het kind leidend zodat gemeenten met jeugdinstellingen financieel verantwoordelijk worden en niet meer de gemeente van afkomst.

Aanpassingen

Uitgangspunt voor de wetswijziging (dus de aanpassing van de definitie van het woonplaatsbeginsel) is dat de informatie uit het Basisregister Personen (BRP) leidend is voor de bepaling van de verantwoordelijke gemeente. Dit geldt voor jeugdhulp zonder verblijf. Is er wel sprake van verblijf, dan is de gemeente waar de jeugdige volgens het BRP als laatste het woonadres had verantwoordelijk. Op deze manier wordt niet de gemeente waarin de zorgaanbieder is gevestigd verantwoordelijk. De verantwoordelijke gemeente is uiteraard ook de gemeente die de kosten van de zorg op zich neemt.

13 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven